Speech door minister Van der Wal-Zeggelink bij de 2-jaarlijkse ontmoetingsdag van Staatsbosbeheer

Omschrijving

Toespraak van minister Van der Wal-Zeggelink (Natuur en Stikstof) bij de 2-jaarlijkse ontmoetingsdag van Staatsbosbeheer op 12 mei 2022

Verantwoordelijke Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Thema Natuur- en landschapsbeheer
Documentsoort Toespraak
Geldig van 12-05-2022
Document creatiedatum 12-05-2022
Onderwerp Natuur en biodiversiteit

Dames en heren,

Wat goed dat u voor 1 dag ‘buiten’ hebt kunnen achterlaten. En natuurlijk dat elkaar ontmoeten weer kan. Binnenmensen en buitenmensen, doeners, praters en onderzoekers: de Staatsbosbeheerfamilie is divers.

Dank jullie wel dat ik vandaag jullie gast ben. Ik hoop vooral jullie nog beter leren kennen. En misschien kunnen we een beetje vooruitkijken.

In Nederland kent jong en oud jullie organisatie sinds jaar en dag. Ook ik. In mijn jeugd waren jullie de hofleverancier van verhalen en beelden over de geheimen van de natuur. Als moeder ken ik jullie ook van de natuurgebieden en kampeerterreinen, de forten en andere monumenten. 

Een superbelangrijke rol. Kennen is waarderen.

Ik moet er persoonlijk niet aan denken dat we de natuur in Nederland niet meer zouden missen, simpelweg omdat we die nooit hebben gekend. Kale bedoening zou dat zijn. Erger, het zou ook alle leven uit ons halen, verbonden als we met de natuur zijn. 

Met een organisatie als die van jullie is de kans klein. Staatsbosbeheer is een middel, een medium om met de natuur te bonden. Eén van de beste wapenen die we hebben tegen dit type onverschilligheid.

Eenmaal volwassen is die bonding bij mij gelopen via het Beekhuizerzand. Weliswaar niet 1 van uw gebieden, maar we weten allemaal: de natuur let net zo min op onze afbakening, als de herten en reeën op de verkeersbordjes.  

Het Beekhuizerzand is de plek waar mij als  1e al die brandnetels, grassen en bramen opvielen. De tekenen, zo weet ik nu, van een overvloed aan stikstof en een verzwakte natuur. Wat ik dan weer niet wist (nu wel) is dat ik juist daar als minister een fulltime baan aan zou krijgen.

De belangrijkste vraag waar wij nu voor staan is hoe we daar de balans en de kracht in kunnen terugbrengen.

Daar heb ik een aantal van jullie al wat uitgebreider over kunnen spreken. Ik herinner me wandelingen in de Gelderse Vallei en in het Haagse Bos vlak naast het monumentale pand waar ik nu in ben gehuisvest. En ik ben dus al behoorlijk onder de indruk van jullie kennis (de wortels daarvan reiken diep!). Ik herken inmiddels ook het enthousiasme en liefde waarmee jullie dat uitdragen (aanstekelijk!). Jullie messcherpe analyses van wat er niet goed gaat, maar voor de kansen in een gebied (confronterend!). Ben ik blij mee.

Ik ben overigens ook uitgebreid bijgepraat over lange geschiedenis van Staatsbosbeheer. Een geschiedenis vol spannende verhalen over de strijd tegen stuifzand, de houtproductie, en over jullie huidige taak als organisatie voor natuurherstel en – bescherming, enigszins op afstand van het ministerie van LNV.

Ik heb ook de interne ontwikkelingen meegekregen. Met als gevolg dat jullie ook een aantrekkelijke werkgever werden voor jongere medewerkers, en je nu je kracht veel meer lokaal kunt mobiliseren. Heel boeiend. 

Ik weet dat soort veranderingen ook veel van júllie, als medewerkers vragen. Maar uiteindelijk hebben jullie je in de voorhoede van het natuurherstel weten te plaatsen.

Wat verwacht ík nu van jullie?

Ik hoop dat jullie op volle kracht doorgaan met het geven van voorlichting en educatie. En dat je inzet wat je van de natuur weet in de gebieden die jullie onder je beheer hebben. Dat zijn gebieden dwars door Nederland waar we ook aan de bodem, de reductie van stikstof werken, aan het klimaat en aan onze wateren.

Ik ga deze 4 jaar in met al deze thema’s tegelijk aan de slag, werkend vanuit die gebieden. Per gebied kijkend naar wat dáár nodig is om daar de natuurdoelen te halen.

Ik hoop jullie daar dus ook fysiek tegen te komen.

Daarbij ga ik op alle vakjes van dit maatschappelijk schaakbord versnellen. Dus dan helpt het enorm als je vooraf al kunt weten waarin het ene gebied nu precies verschilt van het andere.

Jullie weten dat als geen ander. Bovendien, en dat is ook niet onbelangrijk, jullie kennen er ook de mensen die wonen en werken en de mensen die er willen recreëren.

Dus je kunt de effecten van de veranderingen aardig inschatten. Wie ‘boe’ roept, wie applaudisseert, bijvoorbeeld rond de Oostvaardersplassen, als je moet snoeien en zagen, of als de cocktail ‘thuis werken en mooi meiweer’ Nederlanders massaal de natuur in werkt. Op het moment dat daar het meest in opbouw is, zoals vorig jaar tijdens de pandemie.

Ik weet, het applaus voor jullie werk komt misschien pas later. Er zullen de komende tijd misschien veel mensen ‘boe’ roepen. En niet iedere buitenstaander zal zien hoeveel inspanning het kost om je werk goed te doen en een zinvolle bijdrage te leveren aan het herstellen en ontwikkelen van natuur.

Zeker niet als andere ontwikkelingen mee gaan doen. Als we ook de gevolgen gaan zien van klimaatverandering. Als steden zoeken naar nieuwe, beleefbare natuur. Als we in de bouw en bij het ontwerp duurzamer te werk gaan. Als we gaan minderen met stikstof, opdat in de balans in de natuur terugkeert. Zulke omstandigheden vragen ontzettend veel van jullie. Noem het een marathon. Weet dat ik ook dat weet. Er zullen wel supporters zijn. 

Beste mensen,

Ik hoop dat jullie de expertise die jullie hebben heel veel gaan inzetten om Nederland natuurinclusief te maken.

Dan hoop ik met jullie te werken aan een Nederland met een sterke natuur, goed water, meer bos en natte veengebieden en veel biodiversiteit. Zonder hekken, dichtbij mensen.

Dus praat mee, blijf enthousiast, maar ook kritisch, doe mee met die gebiedsprocessen. Alleen sta je sterker, maar samen kom je verder.

Publicaties