Korte toespraak van minister-president Mark Rutte bij de herdenking in de Tweede Kamer van de moord op Samuel Paty

Verantwoordelijke Ministerie van Algemene Zaken
Thema Onderwijs en wetenschap
Documentsoort Toespraak
Geldig van 27-10-2020
Document creatiedatum 27-10-2020
Onderwerp Vrijheid van onderwijs

Mevrouw de voorzitter,

Een oud-leerling van Samuel Paty zei in de afgelopen dagen over hem: ‘We wilden hem allemaal als docent hebben.’

Een groter compliment is voor een leraar nauwelijks denkbaar. Uit alles wat we lezen en horen stijgt het beeld op van een geduldige, humoristische en bovenal bevlogen en betrokken docent.

Iemand die duidelijk en streng kon zijn voor zijn leerlingen, maar die zijn gezag en het respect dat hij afdwong, ontleende aan de open en persoonlijke benadering van de jonge mensen die aan hem waren toevertrouwd. Zo’n docent die je een leven lang bijblijft.

En juist die man, Samuel Paty, 47 jaar oud, zelf vader van een zoontje van 5, werd op de meest gruwelijke wijze vermoord en verminkt door een islamitische extremist die zelf nauwelijks ouder is dan de leerlingen van Paty.

En waarom? Omdat hij deed wat hij moest doen: jonge mensen begeleiden in hun groei naar kritische en zelfstandige volwassenheid, in de beste traditie van de Franse republiek waarin het woord burgerschap nog altijd een speciale betekenis heeft.

Je maag draait om en je hart slaat over bij zo’n gruwelijke daad. En het is moeilijk onze afschuw en boosheid te vatten in woorden die recht doen aan de emotie die we allemaal voelen.

Met ons hart en onze gedachten zijn we bij het zoontje van Samuel Paty, bij zijn familie en vrienden, en bij het Franse volk. We delen in hun rouw, maar ook in de Franse vastberadenheid.

Want het vrije woord kan en mag nooit geslachtofferd worden op het altaar van extremisme. Juist in het onderwijs moet die vrijheid er voluit zijn, moeten discussies open gevoerd kunnen worden, met respect voor elkaars achtergrond en opvattingen, maar wel met een open blik.

En we hebben na de brute moord op Samuel Paty ook uit het Nederlandse onderwijs geluiden gehoord dat die vrijheid onder druk staat.

Zo schreef een oud-docent maatschappijleer en docentenopleider over de didactische kracht van de spotprent en hoe extra gemotiveerd hij sinds vorige week is daarmee nieuw lesmateriaal te ontwikkelen. Maar, schrijft hij ook: ‘Ik weet alleen niet of ik dat nog durf.’

Dat kunnen en mogen we niet laten gebeuren.

Een andere docent maatschappijleer zei het als volgt: ‘Het is mijn taak om kinderen te leren over dit soort onderwerpen te praten. Hoe jonger, hoe beter. (…) We moeten ons niet de mond laten snoeren.’

Mevrouw de Voorzitter,

Met die laatste opmerking kan ieder weldenkend mens het alleen maar hartgrondig eens zijn.

We zullen ons niet de mond laten snoeren.

Vanuit het kabinet steunen we onze scholen en leraren onvoorwaardelijk in het belangrijke werk dat zij doen.

En samen met hen blijven we waakzaam en strijdbaar, om te zorgen voor een veilige schoolomgeving waarin geen plaats is voor zelfcensuur of taboes.

Dank u wel.

Publicaties