Letterlijke tekst persconferentie minister-president Mark Rutte en directeur Jaap van Dissel (Centrum Infectieziektebestrijding) na afloop van crisisberaad kabinet

Omschrijving

Minister-president Rutte en Jaap van Dissel (directeur Centrum Infectieziektebestrijding) geven een toelichting na afloop van het crisisberaad van het kabinet. De meeste maatregelen worden verlengd tot en met 19 mei. Bekijk de hele persconferentie via YouTube. 

Verantwoordelijke Ministerie van Algemene Zaken
Thema
  • Ziekten en behandelingen
  • Gezondheidsrisico's
Documentsoort Persbericht
Geldig van 21-04-2020
Document creatiedatum 21-04-2020
Onderwerp
  • Coronavirus COVID-19
  • Coronavirus: financiële regelingen

RUTTE
Goeienavond, zoals eerder aangekondigd, heeft de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing zich vandaag gebogen over de vraag of een versoepeling mogelijk is van de intelligente lockdown van ons land. En ik zeg het maar ronduit: we staan daarbij voor duivelse dilemma’s. En daar heb ik ook zelf de afgelopen dagen enorm mee geworsteld. Ik moet vandaag dan ook meer dan gebruikelijk van uw tijd nemen om uit te leggen wat we wel hebben besloten, wat niet en waarom. Ik heb eerder gezegd dat alle maatregelen alleen geleidelijk kunnen worden teruggedraaid. Maar dan moet wel elk stapje heel duidelijk zijn, zodat mensen precies weten waar ze aan toe zijn.

Waar staan we nu? Kort samengevat, de cijfers in de ziekenhuizen en op de intensive careafdelingen zijn hoopgevend, maar de druk op de zorg is nog steeds gigantisch hoog en de reguliere zorg moet ook zo snel mogelijk weer worden opgestart. Iemand met kanker heeft net zo dringend hulp nodig als een patiënt met ernstige coronaklachten. Die ruimte moet er dan wel zijn. De situatie in de verpleeghuizen is nog altijd zeer zorgwekkend. En let wel: dit virus raakt ons allemaal. Onszelf, onze ouders, andere familieleden, vrienden en collega’s. Dat moeten we ons blijven realiseren.

Want ondertussen vragen mensen zich af wanneer de economie weer van het slot kan en hoe lang het nog duurt voor ze bijvoorbeeld weer naar opa en oma mogen, naar de kapper, naar school, of naar het terras. Ondernemers vragen zich af wanneer ze hun bedrijf weer kunnen opstarten. En hoezeer ik ook begrijp dat het ongeduld er als het ware in sluipt, we weten dat een snelle versoepeling er zou kunnen leiden dat het virus meteen weer kans krijgt om te gaan pieken. Dan komt het virus als het ware in een tweede golf over ons heen. Met als gevolg nog meer druk op de mensen in de zorg, meer slachtoffers, nog meer uitgestelde operaties en behandelingen van mensen met andere ziektes. Dat willen we per se voorkomen en dat vraagt van ons allemaal blijvend zelfbeheersing, zelfbeheersing van ons allemaal in Nederland.

Kortom, dit zijn moeilijke afwegingen. Maar zeker is wel dat voorzichtigheid nu, beter is dan spijt achteraf. En daarbij hebben we, zoals vorige week uitgelegd, drie criteria. Kan de zorg het aan? Zijn de meest kwetsbaren zo goed mogelijk beschermd? En hebben we genoeg zicht op de manier waarop  het virus zich gedraagt? Natuurlijk spelen daarbij ook andere vragen: kan de samenleving het aan en kan de economie het aan? Vragen die prangender worden naarmate de  crisis langer duurt. Dat realiseren we ons dus ook. Maar dit is wel echt de volgorde: eerst de volksgezondheid en dan de rest. We moeten ons goed realiseren dat we helemaal aan het begin staan van een nieuwe fase, aan het begin, het prille begin van de weg terug. Een punt waarop meer onzekerheden zich voordoen dan zekerheden. En de  kunst is dus dat we beginnen met maatregelen die het minste risico opleveren dat het virus toch weer om zich heen gaat grijpen. Alleen zo krijgen we op een verantwoorde manier meer bewegingsruimte in de anderhalvemetersamenleving, letterlijk en figuurlijk.

Op basis van de adviezen van deskundigen hebben we nu in een paar weken bereikt dat het virus zich nu aanzienlijk minder verspreidt en dat de druk op de zorg daalt. Dat hebben we samen gedaan, dat hebben weg gedaan met 17 miljoen mensen, en dat moeten we dus volhouden. En daarmee kom ik bij de besluiten die we vandaag hebben genomen. En die wil ik samenvatting in vijf punten.

Ten eerste het onderwijs: het Outbreak Management Team adviseert dat de basisscholen, het speciaal  onderwijs in de basisschoolleeftijd en de kinderopvang na de meivakantie weer open kunnen. Geheel of gedeeltelijk. En dat advies nemen we over. De kinderen in het basisonderwijs gaan om te beginnen de helft van de tijd naar school. Bijvoorbeeld de ene dag de ene helft van de leerlingen, de andere dag de andere helft. De ingangsdatum is voor alle scholen en opvangcentra 11 mei. De uitwerking zal per school om maatwerk vragen en overleg met de medezeggenschapsraad en die ruimte willen wij de scholen ook bieden. De buitenschoolse opvang volgt dit ritme van de scholen en is beschikbaar op dagen dat kinderen naar school gaan. De kinderdagverblijven, de gastouderopvang en het speciaal onderwijs in de basisschoolleeftijd gaan helemaal open. We menen dat dit besluit verantwoord is. Uit alle gegevens die inmiddels zijn verzameld in Nederland en daarbuiten blijkt dat jonge kinderen minder snel besmet raken en dat het ziekterisico voor deze groep gering is. De anderhalve meter bij deze groep is sowieso niet realistisch. Het primair onderwijs en de kinderopvang hebben een lokale functie, en dus legt deze maatregel nauwelijks extra druk op het OV en het interregionale verkeer. Een belangrijk bijkomend argument is dat deze maatregel het leven van thuiswerkende ouders gemakkelijker maakt. Een cruciale en harde randvoorwaarde is dat we de leerkrachten en het personeel in de opvang dezelfde testmogelijkheden geven als het zorgpersoneel, dus bij klachten kunnen zij zich laten testen. Voor leerkrachten en personeel in de opvang die wegens ziekte in de risicogroep vallen, geldt uiteraard dat zij niet voor de groepen van kinderen hoeven te staan. We snappen de zorgen die er zijn, en willen daar op deze manier aan tegemoet komen. En uiteraard geldt: leerkrachten en kinderen met klachten blijven thuis. In een aantal Scandinavische landen zijn de basisscholen al open. We volgen nauwgezet hoe zich het daar maar ook hier ontwikkelt. Met die extra kennis, wordt de stap naar het volledig openstellen van de basisscholen en de buitenschoolse opvang hopelijk in de komende weken, ergens in de komende weken mogelijk. Vooruitkijkend vragen we het voortgezet onderwijs zich voor te bereiden op een anderhalvemeterschool. En we gaan er vooralsnog vanuit dat dit vanaf 1 juni kan.

Ten tweede: sport. Sport is natuurlijk voor ons allemaal waanzinnig belangrijk voor onze gezondheid. Vandaar dat we steeds hebben gezegd dat individueel sporten kan. Een rondje hardlopen, fietsen, een wandeling – het kan, het mag en het is goed voor iedereen. Zeker in deze tijd, nu we noodgedwongen meer aan huis gebonden zijn. Natuurlijk is gedwongen binnen zitten extra ingewikkeld voor kinderen en jongeren, voor wie de directe risico’s van het virus kleiner zijn. Vandaar dat we hebben besloten dat kinderen in de basisschoolleeftijd, dus tot en met 12 jaar, vanaf 28 april weer in de buitenlucht in teamverband mogen trainen. Dat is de groep die nu ook als het ware al samen buiten speelt. Voorlopig blijft het bij trainen en onderlinge potjes maar geen officiële wedstrijden want die leiden tot reizen en meer contacten, en dus tot een hoger verspreidingsrisico. Voor jongeren in de middelbare schoolleeftijd tot en met 18 jaar geldt dat zij ook meer ruimte krijgen om buiten georganiseerd te sporten, maar wel op  anderhalve meter afstand en dus ook zonder officiële wedstrijden. Onderlinge potjes kunnen als die specifieke sport het mogelijk maakt om die anderhalve meter te handhaven. En steeds geldt van tot 12 jaar en van 12 tot 18, geen ouders langs de lijn, thuis douchen en verder je gezond verstand gebruiken. We vragen de gemeenten om hierin de regie te nemen, en samen met de lokale sportclubs te kijken naar de mogelijkheden en faciliteiten, zodat zoveel mogelijk kinderen en jongeren de kans krijgen mee te  doen. Dus ook de niet-leden van verenigingen.

Ten derde: de evenementen. Die gaan niet door tot 1 september. We verlengen dat besluit dus met drie maanden van 1 juni tot 1 september. Dat doen we omdat we de risico’s hiervan de komende maanden zeker niet aankunnen en omdat we recht willen doen aan de behoefte aan duidelijkheid bij de organisatoren. Dat betekent dit jaar dus Pinkpop, geen Vierdaagse, geen Zwarte Cross. Het betekent ook definitief geen betaald voetbal tot 1 september. En ja dat is zuur, maar bij alle gevolgen die deze crisis heeft voor de gezondheid van mensen, voor bedrijven en voor de samenleving als geheel ontkomen we er niet aan om dit offer met elkaar te brengen. En ik hoop ook en ik verwacht dat mensen dat zullen begrijpen.

Ten vierde: wat verandert vandaag dus niet. Ik wil dat voor alle duidelijkheid kort benoemen. Voorlopig is uitoefening van contactberoepen – denk aan kappers, masseurs, nagelsalons – dat is niet mogelijk. De onzekerheden voor deze beroepen zijn nog te groot. Die onzekerheid zit onder andere in de vraag of het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen –  waaronder mondkapjes – voor de contactberoepen nuttig en nodig is. Daarover krijgen we in de komende weken een breder advies van het Outbreak Management Team over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen buiten de zorg. En daarna volgt een nieuwe afweging.

Wat vooralsnog ook niet verandert is de bezoekersregeling in de verpleeghuizen. Hier zit veel pijn en verdriet. Hoe moeilijk het ook is om geen bezoek toe te laten, we weten dat het noodzakelijk is onze kwetsbare ouderen in verpleeghuizen zo goed mogelijk te beschermen. We hebben deskundigen uit de ouderenzorg gevraagd ons te adviseren over hoe en wanneer een aanpassing van de bezoekregeling mogelijk zou kunnen zijn. En we doen dit vanuit het besef dat het volhouden van beperkt contact voor zowel de ouderen als de familie en vrienden heel zwaar is.

Ten vijfde voor alle duidelijkheid: De basisregels blijven ook na 28 april de basisregels: blijf zoveel mogelijk thuis. En werk ook zoveel mogelijk vanuit huis. Als je wilt sporten of boodschappen wilt doen, doe dat alleen. Maak van die boodschappen geen uitje met kinderen en vrouw of man. Houdt anderhalve meter afstand. Als je verkoudheidsklachten krijgt blijf je thuis. Als je daarbij ook benauwdheid of koorts ontwikkelt blijft het hele gezin thuis. Was je handen zo vaak je kunt. Hoest en nies in je elleboog. Deze basisregels hebben ons nu gebracht waar we op dit moment zijn. Het punt waar we heel voorzichtig nu weer wat maatregelen kunnen versoepelen. En de spagaat waarin we nu komen, is dat elke versoepeling, hoe klein ook, nog meer zelfbeheersing, nog meer discipline en nog meer geduld vraagt van  iedereen. Dus hou vol. Doe dit voor elkaar en help elkaar. Dat is de enige manier om op een verantwoorde manier vervolgstappen te kunnen zetten.

Wanneer dat het geval  zal zijn, wanneer we weer vervolgstappen zouden kunnen zetten is uiteindelijk afhankelijk van vraag of we het inderdaad met elkaar volhouden. Uiteindelijk is dit een virus en het enige wat we zeker weten is dat dat virus kan overspringen op iemand anders en dat als je die anderhalve meter in acht neemt die kans veel kleiner is. Wat we ook weten is dat dat in de afgelopen maanden op zo’n schaal wel gebeurd is dat we op dit moment bezig zijn om de capaciteiten van de ziekenhuizen en de zorg weer onder controle te krijgen. Maar er is dus enige ruimt nu vandaag mogelijk. Vandaag verlengen we de maatregelen die we niet kunnen verruimen tot 20 mei, en we hebben dus de aanpassingen voor het onderwijs, voor de sport en de evenementen. In de week voor 20 mei volgt dan een nieuw beslismoment en uiteraard houden we op alle fronten de vinger aan de pols en zullen we flexibel zijn als daar aanleiding voor is.

Tot slot, deze coronacrisis is een van de grootste, meest ingrijpende en meest bedreigende periodes die ieder van ons ooit zal meemaken. Hoe groot en hoe ingrijpend precies zullen we alleen met elkaar  achteraf weten. Maar ik wil ook wel een persoonlijke noot aan toevoegen. Ik zei er in het begin ook al iets over. Ik heb hier de afgelopen dagen ongelooflijk mee geworsteld. Want ik wil zielsgraag kunnen zeggen tegen Nederland: er kan weer veel meer. Maar tegelijkertijd is dat ook heel eng en gevaarlijk. Als je weet hoe op dit moment de cijfers zich ontwikkelen. Er zit een kleine verbetering in. Maar stel nou dat je een maatregel versoepeld waardoor de zaak weer gaat pieken. Dat virus weer gaat golven door de samenleving en die ontzettend fantastische mensen op onze ic’s en ziekenhuizen te maken krijgen met nog meer werkdruk, nog meer operaties moeten worden uitgesteld. Dat willen we met elkaar absoluut niet. En tegelijkertijd gaat het niet alleen om de maatregelen die we hier vandaag bekend maken. De paar versoepelingen en de maatregelen op de evenementen. Het gaat er ook om hoe wij met elkaar als samenleving ons in algemene zin houden aan de hoofdboodschap van de anderhalve meter, van het thuiswerken. Dat moeten we met elkaar zien vol te houden. Want we kunnen er heel filosofisch over doen. Maar uiteindelijk als we dat niet doen. Dan zal dat virus elke kans aangrijpen om over te springen van de ene persoon op de andere, mensen te besmetten en daarmee de risico’s voor mensen uiteindelijk soms ook met dodelijke afloop, die zullen dan weer toenemen. Dat was mijn worsteling en uiteraard van al mijn collega’s in het kabinet in de afgelopen dagen. Wat kun je nu doen? Want de vrijheid van de een, die mag net ten koste gaan van de gezondheid van de ander. Dat is in de kern het vraagstuk waar we voor staan. En dat is ook de afweging die we dus de komende weken met elkaar als land, met 17 miljoen mensen zullen moeten blijven maken. Ik beloof u dat ik u steeds zal vertellen wat er in mijn hoofd zit, wat we weten, wat we niet weten en op basis waarvan we die afwegingen maken. Maar uiteindelijk kunnen we dit alleen met 17 miljoen mensen. In het besef dat de achter de getallen die het RIVM iedere dag publiceert, dat daar mensen achter schuil gaan. Slachtoffers en nabestaanden. Vaders en moeders. Opa’s en oma’s. En dat besef vraagt om voorzichtigheid, voorzichtigheid om spijt achteraf te voorkomen. En dat doen we samen. Dank jullie wel. Ik wil nu het woord geven aan Jaap van Dissel om ons wat meer te vertellen over de lopende onderzoeken naar kinderen.

VAN DISSEL
Dames en heren, zoals de premier al aangaf zijn er naar verhouding weinig kinderen gemeld met Covid-19 infectie, de nieuwe longinfectie door het coronavirus, was het ziektebeloop bij die kinderen doorgaans mild en bleek bovendien dat de overdracht van ziekte van kind op ouder eigenlijk minder vaak optrad dan van ouder op kind. Kortom, de rol van kinderen bij Covid-19 infectie lijkt beperkt en ik wil u eigenlijk de komende paar minuten meenemen in een aantal van de onderzoeken die we binnen het OMT hebben besproken, een aantal vanuit het RIVM, om u te laten zien waarop de besluiten gebaseerd zijn. Wat doen we zoal in Nederland? Allereerst monitoren we in Nederland continu het aantal ziektegevallen, van een heleboel andere ziektes zoals binnen het Rijksvaccinatieprogramma, maar natuurlijk ook van de nieuwe ziekte Covid-19. En een van de dingen die al snel bleek, in overeenstemming met gegevens uit andere landen, is dat het aantal kinderen met infecties binnen de totale groep eigenlijk beperkt is. In de leeftijdsgroep van 0 tot 18 jaar en eigenlijk nog meer uitgesproken 0 tot 12 jaar zien we eigenlijk een gering aantal gevallen. Om u een voorbeeld te geven: we hebben nu zo’n ruim 28.000 gevallen in Nederland en daar zijn maar 211 gevallen vanuit die leeftijdsgroep. Dat betekent dat maar 0,7% bijdraagt aan het totaal aantal ziektegevallen. Terwijl natuurlijk die leeftijdsgroep wel ongeveer 20, 22% van de bevolking uitmaakt. Dus kinderen zijn ondervertegenwoordigd binnen de ziektegevallen van Covid-19. En dat is niet een bevinding die alleen voor Nederland geldt, ik roep in herinnering dat dat ook in China gevonden, waar het 0,9% uitmaakte. Maar ook Korea, Europese landen als Spanje en inmiddels ook de VS waar de kinderen tot nu toe ongeveer 1,5% zijn. Dus kortom: kinderen zijn ondervertegenwoordigd in het aantal ziektegevallen. Wat doen we verder nog in Nederland? Wij hebben in Nederland het Nivel huisartsen peilstations systeem. Dat is een veertigtal huisartsen die ongeveer 0,8% van Nederland betreffen en die continue bijhouden hoeveel patiënten met griepachtige klachten bij hen komen. Dat documenteren ze niet alleen, maar ze nemen ook monsters af en middel die monsters wordt op het RIVM bepaald normaliter of er bijvoorbeeld influenza, dus of er sprake is van griep, maar sedert begin februari hebben we hier ook het coronavirus aan toegevoegd. En daar hebben we natuurlijk enkele positieve bevindingen in gedaan, maar opmerkelijk was dat 137 bemonsteringen van kinderen die naar de huisarts gingen met griepachtige klachten, wat dus soms door coronavirus kan worden veroorzaakt, al die kinderen bleken negatief. Dus we hebben in het Nivel peilstation geen positieve bevindingen voor kinderen en dat is eigenlijk toch een belangrijke surveillance in Nederland, een manier waarop we een soort radar hebben op dit ziektebeloop. Dan de andere voorbeelden. De GGD’en in Nederland, die verzamelen gevallen van vermoedelijke en inmiddels bevestigde gevallen van Covid-19 en een van de opmerkelijke dingen is dat er geen enkel cluster gemeld is waarbij kinderen, kinderdagverblijven of scholen een rol spelen. Opnieuw in een indicatie dat kinderen en kinderen onderling mogelijk niet zo’n grote rol spelen bij de verspreiding van Covid. Verder zagen we ook na de sluiting van de scholen eerder, en dat was medio maart, hebben we geen verandering gezien eigenlijk in het relatieve aantal van kinderen op het totale aantal gevallen. En als de schoolsluiting effect zou hebben gehad, omdat bijvoorbeeld voor er op scholen verspreiding zou plaats hebben gevonden, dan hadden we verwacht dat dat natuurlijk veranderde en dat hebben we niet gezien. Opnieuw een indicatie dat kinderen mild getroffen worden. Dan hebben we op het RIVM een aantal onderzoek geïnitieerd die ook in de pers zijn geweest en die zich met name hebben gericht op de overdracht binnen huishoudens. Die onderzoeken die hebben enige vertraging opgelopen, zoals u weet, maar we hebben daar toch behoorlijk wat gegevens al uit kunnen verzamelen inmiddels en voor de duidelijkheid: die onderzoeken zullen ook doorlopen als de scholen opengaan zodat we ook naar verschillen kunnen kijken ten gevolge van de schoolopening. Nou die onderzoeken die toonden aan dat binnen die huishoudens de kinderen opnieuw minder waren aangedaan dan volwassenen, geven een indicatie dat kinderen niet de verspreiders binnen die huishoudens zijn, maar eerder de ontvangers van het virus van de volwassenen en dat er ook tussen kinderen onderling binnen die huishoudens eigenlijk weinig verspreiding is aangetoond. Dat betekent niet dat kinderen natuurlijk helemaal geen Covid-19 infectie hebben gehad, dat hebben ze natuurlijk wel degelijk, soms ook in kleine clusters in het gezin, maar we konden eigenlijk geen clusters identificeren waar het kind het zogenaamde indexgeval was, met andere woorden: het eerste geval in het gezin wat dan leidt tot verspreiding in het gezin. En uit de sequentie, dus uit de volgorde van infecties, was eigenlijk altijd duidelijk dat die kinderen besmet waren door ouderen. Dan tenslotte misschien nog een onderzoek, en dat hebben we afgelopen weekend deels kunnen afronden, en dat is een vervolg van het zogenaamde PIENTER-onderzoek. In Nederland zijn we gewend om elke paar jaar in de bevolking bemonsteringen te doen. Dat proberen we zo, wat wij dan noemen at random, mogelijk te doen, dus door toeval te laten bepalen in welke stad we bemonsteringen doen. We proberen in totaal dan zo’n 10.000 personen daarvoor te interesseren. En die bemonsteringen van bloed die gebruiken we om te kijken of de afweer tegen de vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma op orde zijn. De laatste keer, dat is een paar jaar terug, hebben we meteen al aangegeven dat we graag die personen opnieuw zouden willen benaderen als er een situatie zich voordeed waarbij bemonstering zou helpen, zoals natuurlijk momenteel. En we hebben afgelopen weekend bij de eerste zo’n 2100 monsters die we weer van dat PIENTER 3-onderzoek hebben kunnen afnemen bij dezelfde personen als die eerder bloed hebben gegeven, bepaald of die personen geïnfecteerd zijn geweest met het Covid-19 virus. En wat bleek? We vonden ongeveer dat 3,6%, tussen 3 en 4% van de totale bevolking blijkbaar al in aanraking is geweest met het virus, want dat konden we aantonen door het feit dat ze antistoffen hebben gevormd. Niet zozeer omdat we denken dat antistoffen het enige is in de afweer, maar dat is wel een maat, een zogenaamde surrogaat marker van die afweer, dus dat er in totaal in zo’n 3 tot 4%, maar in de jongste kinderen, kinderen tot 12, tot 18 jaar, vonden we eigenlijk maar 1%. En dat betekent opnieuw dat kinderen, dus kijkend vanuit de verschillende onderzoeken die we hebben, dus [onverstaanbaar, red] dat radar over Nederland, hoeveel kinderen krijgen de ziekte, door binnen gezinnen te kijken: hoe is de besmetting van de een op de ander? Ook door dat bevolkingsonderzoek, dat brede bevolkingsonderzoek te doen, we toch sterk de indruk krijgen dat alles in dezelfde richting wijst, namelijk dat kinderen minder vaak getroffen zijn, dat kinderen het eerder van de ouders oplopen dan het andersom teruggeven. En dat zijn natuurlijk belangrijke gegevens als je denkt over het weer naar school gaan en we kunnen daar ook uit afleiden, menen we, dat als kinderen toch wat meer verspreiding zouden laten zien van het virus in de situatie van naar school gaan, dat de ziektebeelden dan mild zullen zijn en dat dat betekent dat de impact voor de zorg en ook de impact voor de kinderen en de gezinnen relatief gering zullen zijn. Kortom, we realiseren ons dat elk besluiten over openen natuurlijk ingewikkeld zijn, maar we voelen ons zeer gesterkt door deze brede scala aan onderzoeken dat is uitgevoerd, wat allemaal er op wijst dat kinderen milde ziektebeelden hebben en over het algemeen minder lijken te worden getroffen dan volwassenen. Nu de scholen dan binnenkort open kunnen gaan, zullen we deze onderzoeken ook continueren. We hebben al even genoemd dat voor leraren er een laagdrempelige bemonstering zal plaatsvinden als er klachten zijn conform de protocollen die we hebben voor zorgmedewerkers en we zullen ook opnieuw dit onderzoek voort laten gaan en een aantal scholen proberen te interesseren om breder te vervolgen hoe de gevallen op de school zijn, hoe gevallen eventueel bij leraren zijn. Kortom, een tijd waarin we ook weer willen benadrukken, ook op de scholen, hoe belangrijk het is dat zieke kinderen niet naar school gaan. Dat we zorgen dat de hygiëne op de scholen op orde is, maar het OMT, de leden daarvan, hadden op grond van de onderzoeken het vertrouwen dat dit een verantwoorde en goede maatregel is om nu te adviseren aan het kabinet. En daarbij wilde ik het laten. 

BOS (NOS JOURNAAL)
Meneer Rutte, al weken zegt u dat Nederland zich voorbeeldig gedraagt. En wat krijgen mensen ervoor terug, nog eens drie weken verlenging. Hoe rijmt u dat met elkaar?

RUTTE
Het virus, het virus. Wij zijn niet beschermd tegen het virus. Er is geen vaccin. Dat  betekent dat als iemand dat oploopt, en hij geeft dat door aan een ander, dat dat kan betekenen dat dat kan betekenen dat mensen ernstig ziek worden. Dat ze gebruik moeten maken van het ziekenhuis. Op dit moment in de ziekenhuizen wordt ontzettend hard gewerkt. Er zijn heel veel operaties uitgesteld. Kankeroperaties. Andere operaties die je niet eindeloos kunt uitstellen. Dat leidt ook tot sterfte. Dus het eerste wat ons te doen staat is er voor te zorgen dat die druk op de ziekenhuizen dat die verder afneemt. En die is nog steeds gigantisch. Als het virus nu zou gaan rondwaren weer opnieuw, zoals dat gebeurde laten we zeggen begin maart, en de weken daarna. En je hebt niet een IC met 0 mensen met COVID erop, corona, zoals toen. Maar nu op dit moment, duizend elfhonderd, en je weet dat die capaciteit toen maar überhaupt maar 1100 IC plekken was. Dan kan de zorg dat niet aan. En sterker nog. Dan worden al die andere operaties weer uitgesteld. Dat is één belangrijke reden om dit te doen. We weten daarnaast dat als we nu zaken meer vrij zouden zeggen tegen Nederland, we kunnen weer meer doen. Dan gaan we ook weer meer de straat op. Dan gaan we meer het openbaar vervoer in. Dan botsen we ook sneller tegen elkaar op weer in de samenleving. Met alle risico’s dat het virus wordt overgedragen. Dus we moeten dit heel zorgvuldig doen. We moeten dat echt steeds doen als het kan. En op dit moment is dit het maximale dat kan.

BOS
Maar u stond hier vorige week nog een pleidooi te houden voor de anderhalve meters samenleving. Mensen houden afstand. Bedrijven richten zich anders in. Er is nu toch gewoon veel meer mogelijk dan nu het geval is?

RUTTE
Kijk, waar we naar kijken natuurlijk, met de deskundigen is wat gebeurt er als je iets verruimt? Als je iets verruimt leidt dat tot meer mensen op straat, tot meer verkeer. Stel, kijk er wordt ontzettend hard gewerkt in sectoren aan de anderhalvemetersamenleving. Ik dacht bioscopen en anderen hebben al helemaal nagedacht: hou zou zo’n bioscoop eruit moeten zien? En dan zegt zo’n bioscoop tegen mij of tegen Eric Wiebes: we hebben het rond waarom mogen we nou niet open? Dan zeg ik: kijk, als het weer open zou kunnen dan heb je dat protocol nodig want dan is het belangrijk dat je zelf weet hoe je je aan die overheidsopdracht van die anderhalve meter houdt. Dat protocol is van jullie, we helpen graag mee om te stimuleren dat ze er komen. Uiteindelijk is dat van de bioscopen of van welke sector dan ook. Maar dat kan pas, dat openmaken, als je ook weet wat dat in de samenleving de druk op die zorg en de druk op de systemen het opflikkeren van het virus afneemt. Ik had zaterdag Angela Merkel lang aan de lijn hierover. Duitsland staat precies voor dezelfde afweging. Ze heeft het ook, dat is ook maandag naar buiten gekomen uit een telefoonconferentie dat ze had met CDU-mensen in Duitsland. Wij deelden onze zorgen, we zeiden we voelen ons natuurlijk zeer verantwoordelijk voor ons land. Je zou dolgraag de zaak verder willen versoepelen maar het kan simpelweg op dit moment niet. Want als je dat nu meer zou doen dan we nu doen en voorzichtig ook met elkaar blijven kijken de komende weken wat er verder kan, je zou het nu te snel doen. Dan gaat dat virus weer door je land golven en dat is wat ik net ook zei, dat was mijn agony, de stress die ik voelde afgelopen dagen van wat kun je nou wel doen, wat kun je niet doen? Natuurlijk kijk je heel goed naar wat de deskundigen zeggen en dan kunnen we met elkaar deze stap nu zetten. En dat is belangrijk. Maar ik moet het heel voorzichtig doen.

BOS
Maar als het met dit tempo gaat, hoe lang gaat het dan volgens u nog duren?

RUTTE
Het ligt niet aan mij. Dat hebben we met z’n allen in de hand. Als iedereen...

BOS
Maar dan duurt het toch nog maanden? Dan gaat het toch nog maanden duren?

RUTTE
Nee maar toch even, toch even, op straat zie je het weer drukker worden. Dat hoeft niet een probleem te zijn als iedereen op straat zich aan die anderhalve meter houdt. Maar het risico als mensen zich minder houden aan het advies blijf zoveel mogelijk thuis, werk zoveel mogelijk thuis, de straat op gaan en misschien omdat ze het met de beste wil van de wereld die anderhalve meter willen handhaven tegen elkaar opbotsen of weet ik veel. En in de zorg is nog zoveel druk op onze ziekenhuisbedden, op de IC-bedden. En dat zou weer leiden tot nieuwe uitbraken. Dan is er een gigantisch probleem wat we op dat moment hebben. Want dan kan die zorg dat al helemaal niet aan. En de mensen die werken lopen al op tandvlees want die hebben al een ongelooflijke klus gedaan, van schoonmakers tot en met verpleegkundigen en artsen om die ziekenhuizen op te schalen. Hetzelfde in de ouderenzorg. Dus als je daar naar kijkt dan kun je dat pas doen als die druk op de zorg wat afneemt, als we meer zicht hebben op het virus, daar nog meer van weten en dat moeten we dus iedere keer doen, fasegewijs. Dit is nu een stap die we nu kunnen zetten. Dit is echt een verruiming. Meer sportmogelijkheden, meer onderwijsmogelijkheden, ik ben blij dat dit nu kan. En we kijken de volgende weken heel precies aan de hand van de cijfers wat er verder kan.

BOS
Even een vervolgvraag op Jaap van Dissel hierover. U heeft altijd eigenlijk gezegd: een versoepeling kan alleen als de ic’s minder vol liggen, er genoeg getest kan worden, er geen overbelasting is van de zorg. Strookt deze versoepeling dan niet in tegen uw eigen beleid?

VAN DISSEL
Nee, ik wil juist benadrukken dat waar we nu tegenaan kijken is een situatie waarin het allemaal wat beter lijkt te gaan. Maar we moeten niet vergeten dat onze ic collegae, verpleegkundigen, artsen en de hele groepen in de ziekenhuizen, die hebben gewoon voor 200 % gewerkt de afgelopen maanden en die moeten een periode krijgen waarin het minder wordt, waarin ze de kans krijgen om te herstellen en dat is nu nog niet zo. We zitten net over de top van de piek heen. Dus ik denk dat het echt onverantwoord zou zijn om sneller te lopen dan nu is voorgesteld. En we moeten ons ook realiseren dat een groot deel van Nederland misschien heeft thuisgewerkt maar deze personen werken shifts van 12 uur per dag. En dat doen ze al maanden. Die hebben gewoon tijd nodig om te recupereren zoals dat heet, te herstellen. En ik denk dat die periode ze gegund is. Dus ik denk dat het te snel zou gaan om nu dat los te laten met het risico dat we straks nog veel meer ic-belasting hebben.

BOS
Maar u staat wel achter deze versoepeling?

VAN DISSEL
Ja, uiteraard. Ja.

DE ZILVER (RTL NIEUWS)
Meneer Rutte, toen de scholen moesten sluiten was eigenlijk niet alleen de reden daarvoor was niet alleen van we weten niet hoe het onder kinderen verspreid is. Een van de redenen was ook: er was heel veel onrust onder leraren. Wij willen niet dienen als proefkonijnen zeiden ze eigenlijk. Denkt u dat dat nu heel anders is?

RUTTE
Nou niet heel anders, maar het is wel anders. Er is natuurlijk meer inzicht. Dus we hebben toen gezegd: de scholen zouden open kunnen blijven, maar de samenleving stemde anders. De samenleving stemt soms bij de stembus maar soms maakt de samenleving op een andere manier haar of zijn opvattingen duidelijk. Dat gebeurde toen. Ouders hielden kinderen thuis, leraren gingen niet naar school. Er is toen gezegd: we gaan dingen onderzoeken. Er lopen nu heel veel onderzoeken. Daar heeft Jaap van Dissel net over verteld. We hebben inmiddels ook meer inzichten in wat er in andere landen gebeurt, zoals Scandinavië. Dat blijven we ook volgen. We blijven zelf ook onderzoeken doen. Dat zullen ook langlopende onderzoeken zijn waarbij je op bepaalde momenten kunt zeggen: nou, ik heb nu zoveel inzichten. De RIVM zegt nu: we  hebben nu inmiddels zoveel inzicht dat wij deze stap aandurven. En ik vond ook, Jaap van Dissel heeft het net toegelicht. De risico’s bij kinderen. En daarom denken we dat dit echt een verantwoorde stap is.

DE ZILVER
Maar eigenlijk, op het moment dat die scholen moesten sluiten zei u ook al dat die verspreiding onder kinderen niet zo groot was en dat noemde u ook als reden dat die scholen niet hoefden te sluiten. Die leraren hebben nog steeds het idee: wij worden hier onderdeel van een lopend onderzoek, wij moeten wederom dienen als proefkonijn.

RUTTE
Nee, dat zou ik zo niet voelen. Kijk, op dat moment was het op basis van opvattingen bij de deskundigen in Nederland op basis van heel veel dingen die er ook in het buitenland gebeurden, bijvoorbeeld in China. Inmiddels weten we natuurlijk veel meer. Het RIVM doet nu ook onderzoek in Nederland zelf. Dat was ook één van de toezeggingen die we toen gedaan hebben na dat weekend toen de scholen dicht gingen. Er is ook meer te volgen onderzoek nu in andere landen. Precies zoals Jaap van Dissel het net toelichtte. Dus er is echt een andere situatie. Er is nu veel meer onderbouwing van dat standpunt. En ik denk nog steeds dat wij toen het goeie standpunt hadden maar de samenleving volgde dat niet en dat kan in zo’n crisis. Dat vind ik ook democratie. Dat je dan als kabinet zegt: oké, dan gaan we daarin mee. Maar ik heb de hoop en de verwachting dat we nu kunnen laten zien op basis van wat Jaap van Dissel net verteld heeft en alle deskundigen, dat we echt ook nu veel meer vaste grond onder de voeten hebben om die opvatting ook te substantiëren.

DE ZILVER
Oké. Een andere vraag dan nog. U had het al even over de bezoekersregeling voor verpleeghuizen. Maar er is ook heel veel onrust onder mantelzorgers van thuiswonende ouderen. Kan daar nog iets versoepeld worden?

RUTTE
Wat we daar zeggen is natuurlijk: zou het nou niet beter zijn om heel precies te kijken bij kwetsbare ouderen buiten de verpleeghuizen of je niet moet zeggen: joh, dit zijn de één of twee familieleden, mantelzorgers die daar naartoe gaan. Dat je dat meer toespitst.

DE ZILVER
Dus dan is het inderdaad zo: mensen die dus inderdaad een kwetsbare oudere hebben in een omgeving die thuis woont, één of twee mensen in die omgeving die kunnen

RUTTE
Dat is het beste, dat is het advies wat nu in het OMT zit en dat nemen we ook over.

VRAAG
Ik begrijp, meneer Van Dissel, dat bij het Outbreak Management Team er wat discussie was over of de basisscholen helemaal moesten opengaan of deels. Waar zat de twijfel?

VAN DISSEL
Nou ik denk dat de belangrijkste twijfel zat, we hebben natuurlijk ook gekeken wat er in andere landen gedaan wordt en wat er gebeurde en we zien in de meeste landen dat men kiest voor een zorgvuldige opbouw. Met andere woorden in kleinere groepen kijken wat er gebeurt en als blijkt dat dat goed kan doorgaan naar een volgende fase om uiteindelijk hopelijk zo snel mogelijk met een volle school weer te zitten. En we vonden het eigenlijk gewoon een goed idee om dat mee te nemen in hoe wij er tegenaan kijken. In Scandinavische landen zijn die scholen deze week eigenlijk al open gegaan. Ook vaak met een halve bezetting van kinderen in ieder geval, dus met kleinere groepen. Daar ook wordt uiteraard ook gekeken wat de effecten zijn. Wij dachten: dat is gewoon een goed idee om dat te volgen. Dan kunnen we onze onderzoeksresultaten straks tegen die van hen leggen. We hebben veel contact met de Scandinavische collegae en dat geeft ons gewoon meer zekerheid. Maar met name denk ik ook de ouders en de leraren dat we het op een hele zorgvuldige wijze en veilige wijze willen opstarten.

VRAAG
Ja, want meneer Rutte was het het eigenlijk waard om de scholen, de basisscholen zes weken lang dicht te houden nu blijkt dat die kinderen zo’n kleine rol spelen bij corona.

RUTTE
U kent mijn opvatting, onze opvatting daarover. Wij wilden niet de scholen sluiten. Maar ik zei het net tegen uw collega van RTL: we hebben in Nederland een democratie. En in zo’n crisis die zo groot is, die je met z’n allen moet runnen, als land met z’n allen proberen er zo goed mogelijk doorheen te komen, doe je dat ook met 17 miljoen mensen. En dan kan een regering wel zeggen op basis van advisering: de scholen kunnen open blijven. Maar als dan de ouders kinderen thuis houden, leraren niet komen, dat was de situatie natuurlijk half maart. Dan heb je daar natuurlijk ook mee te maken.

VRAAG
En geldt de leerplicht zo direct ook?

RUTTE
Nou weet u, mijn verwachting is dat heel veel ouders het zullen doen. Ik denk dat scholen het beste zou zijn, in eerste instantie, als er dan toch nog bij ouders zorg is of bij bepaalde leerkrachten dat die school zelf daarmee in gesprek gaat en gaat zeggen: joh, zo doen we dit, dit zijn de adviezen et cetera. Ik geloof niet dat we in deze fase van de crisis erg, dat het erg behulpzaam is om nu de onderwijsinspectie hier of de leerplichtambtenaar hier op af te sturen. Geloof niet dat dat helpt.

VRAAG
Toch kort nog over de zorgen van de leraren. Dan zijn er bijvoorbeeld ook leraren die een partner hebben die in de risicogroep zitten. Gaan die leraren, moeten die nog wel naar school gaan dan?

RUTTE
Nou kijk, voor de leraren zelf die in de risicogroep zitten geldt: werk vanuit huis. Ga in ieder geval niet voor de groep staan. Misschien kun je op school administratief werk doen. Heb je nou een partner dan geldt daar hetzelfde eigenlijk als in de gezondheidszorg. Bespreek dat met je baas. Bespreek dat met de school, bespreek dat eventueel ook met de huisartsen en de GGD of in jouw geval werken mogelijk is.

LENGTON (DE TELEGRAAF)

Ik heb een vraag die daar wel op aan sluit. Want er staat specifiek iets in het OMT-advies over kinderen met diabetes. En kinderen met obesitas. Daarvan is niet zeker wat het effect van COVID op hun is. Moeten zij, moeten dikke kinderen dan wel naar school en kinderen met diabetes?

VAN DISSEL
Uiteraard hebben we in het OMT ook vertegenwoordiging gehad van de kindergeneeskunde. De kindergeneeskunde heeft COVID natuurlijk ook goed op het oog op het netvlies zoals dat heet. En hun advies was en ook hun opvatting dat er eigenlijk onder kinderen weinig argumenten zijn om bijvoorbeeld hier aparte acties op te zetten. Dus zij vonden dat er onder kinderen in tegenstelling tot natuurlijk kwetsbare ouderen groepen eigenlijk geen hele specifieke risicogroepen waren die rechtvaardigen dat je daar allemaal apart naar kijkt.

LENGTON
Nog een andere vraag. Er was in het OMT ook geen consensus over het gebruik van mondkapjes buiten de zorg las ik. Meneer Rutte, moet dan niet het voorzorgsbeginsel gelden? Als je het niet zeker weet dan moet je het maar gewoon doen.

RUTTE
Als je het niet zeker weet moet je anderhalve meter afstand houden. En dat is de hoofdregel. Als je anderhalve meter afstand houdt is een mondkapjes sowieso niet nodig. Dat is echt de veiligste maatregel. En blijf thuis als je thuis kan blijven en werk vanuit huis als dat enigszins kan. Maar blijf zoveel mogelijk thuis, werk vanuit huis, houdt anderhalve meter afstand en alle andere gezondheidsadviezen. Specifiek over de mondkapjes heeft het OMT gezegd: daar gaan we de komende weken opnieuw daar naar kijken. Mede ook in het licht van: wat is er wel of niet nodig bij contactberoepen? Ik vind het eigenlijk ook wel heel goed als mensen met deze professionaliteit af en toe ’s even botsen. Misschien een meningsverschil hebben. Dat geeft mij wel een rustig gevoel en dat ze dan iets meer tijd nemen voor zo’n besluit vind ik niet verkeerd. En intussen zeg ik tegen de samenleving, de hoofdregel blijft: anderhalve meter afstand, en als je dat doet, dat is de beste bescherming.

VRAAG
Meneer Rutte, vorige week had u het over vijf voorwaarden om te kunnen versoepelen. Nu hoor ik u er drie noemen. Zijn er twee afgevallen?

RUTTE
Nee, ik heb vorige week deze drie genoemd. Een paar weken geleden was er het OMT-advies en dat heeft ook gezegd: de verspreiding van het virus, dat blijft natuurlijk heel bepalend, er is een soort overriding, een alle overstijgend belang, dat die verspreidingsgraad onder de 1 ligt, want dan weet je dat ieder geval de verspreiding langzamer gaat. Nou die ligt in Nederland lijkt het nu onder de 1. Maar het risico is natuurlijk dat, dat is exact mijn zorg dezer dagen bij deze besluitvorming, dat als je het niet verstandig doet, dit soort maatregelen in combinatie met het gedrag in de samenleving, dat je ook weer boven die 1 kunt komen en dan gaan de ziekenhuizen weer volstromen. Dus dat is een hele belangrijke. Een andere die het OMT ook nog noemde bij die vijf die ik nu niet genoemd heb, is dat je ook op samenlevingsniveau wilt zien hoe dingen lopen. En de andere drie zijn: in staat zijn om bron- en contactonderzoek te doen, de bescherming van kwetsbare ouderen et cetera.

VRAAG
Op samenlevingsniveau kunnen zien hoe de ziekte zich verspreidt, daar zou een app voor komen. Daar gaat het een en ander mis.

RUTTE
Dat geloof ik niet hoor. Er is, ik zie wel dat iedereen er heel heftig mee bezig is, maar volgens mij gaat het juist heel goed, want dit is natuurlijk een ingewikkeld vraagstuk met hele grote zorgen, dus er is die hele selectie geweest vorige week. Er is dit weekend ontzettend hard gewerkt om verder te kijken hoe het zit. Er is heel veel informatie uitgekomen. En wat we nu gaan doen is er voor zorgen dat we precies preciseren wat de epidemiologische eisen zijn voor de GGD, want in feite gaat het natuurlijk om bron- en contactonderzoek want anders de GGD doet wat je met die app doet. Het samenbrengen van de juiste mensen in een team om te werken aan een oplossing, open source, als eis. Het verder waarborgen van de dingen die we genoemd hebben: de informatieveiligheid, de privacy, de nationale veiligheid en grondrechten, de gedragswetenschappelijke begeleiding. Dus er wordt nu een volgende stap gezet. Dus deze stap was nodig. Dit heeft ons veel informatie opgeleverd, verder getrechterd, en we gaan nu de volgende stap zetten.

VRAAG
Is het een volgende stap of wordt er opnieuw begonnen, want de een naar de andere vernietigde rapport is verschenen naar aanleiding van afgelopen weekend over het waarborgen van privacy, over die open source, over de bronnen die wel of niet geopenbaard zijn. Dus kunt u spreken van de volgende stap?

RUTTE
Als je in 1964 een krantenartikel zou schrijven over de reis naar de maan dan was die ook niet positief geweest, die was pas in 1969 positief. We hebben hier geen 9 jaar, we hebben hier, nou een heel beperkte tijd, want we willen zo snel mogelijk dat onderzoek. Maar we zijn nog niet in 1969. We bouwen dat in stappen op, en een belangrijke stap is nu gezet. Dat is de trechtering, dat is verder nu de bijeenkomst van dit weekend waarin specialisten er verder naar gekeken hebben, maar we zijn er gewoon nog niet, maar dat wisten we ook. Dus als dan nu allerlei deskundigen zeggen: ja, maar hoe zit dat met de privacy? Ja, hoe zit het met dit of met dat? Dat snap ik, want dat is allemaal nog niet af, maar we doen het natuurlijk heel transparant en open, met alles en iedereen, zoals we proberen deze hele crisis met elkaar te leiden met 17 miljoen mensen en niets achter te houden, dus dat doen we hier ook niet. Maar uiteindelijk wat je wilt is niet heel ingewikkeld: dat is wat de GGD normaal doet, u krijgt een of andere vervelende ziekte, en we willen weten: wie heeft u de laatste tijd gezien? Dan gaan we met u praten: wie heeft u gezien? En die mensen krijgen bericht: u heeft die mevrouw gezien, die heeft een vervelende kwaal, u zou dat ook kunnen overdragen nu. En dat is wat de GGD doet, maar het heeft nu een schaal dat de GGD dat nu niet kan doen. Dus dat doe je met een app, en die moet je ontwikkelen. Nou dan wil niemand dat ik in die app kan kijken, of Hugo de Jonge, of wie dan ook, dus dat moet je regelen. Iedereen wil dat dat onderliggende materiaal technologisch voor iedereen inzichtelijk is, dus dat zijn we allemaal aan het doen. Maar je hebt hem wel nodig denk ik om uiteindelijk dat GGD-onderzoek op deze schaal goed te kunnen doen. En we zijn ook niet de enige in Europa die het doet.

VRAAG
Kan het ook zonder?

RUTTE
Ik denk dat dat lastig is, omdat je dan, ik niet helemaal zie hoe je dan op deze schaal, dat kan ik niet helemaal overzien. Mijn beeld is dat die app wel echt heel erg belangrijk is.

VRAAG
Meneer Rutte, u zei dat het voortgezet onderwijs per 1 juni weer open kan naar verwachting. Wat betekent dat voor de zomervakantie? Moeten de scholieren dan door om het achterstallig werk...?

RUTTE
Dat is niet voorzien. Voorzien is nu dat ze vanaf 1 juni opengaan tot de zomervakantie.

VRAAG
En dan nog een tweede vraag. Heel veel grootouders vragen zich natuurlijk af: kan ik mijn kleinkind nog wel zien en omhelzen en bieden deze nieuwe inzichten met betrekking tot de besmetting...?

RUTTE
Ik zou bij oude, kwetsbare mensen die risico’s echt niet nemen. De lijn is echt: ik zie het ook bij mij in de straat dat kindjes nu bij opa en oma langskomen, of opa en oma bij de kinderen en op grote afstand zwaaien, iets voor de deur zetten, Facetimen, het is een doffe ellende. Dat zie ik ook wel, maar ja weet je, als zo’n kindje dan toch op een of andere manier iets overdraagt, je wil het risico niet lopen. Zeker bij kwetsbare ouderen. Maar misschien kan Jaap er iets over zeggen.

VAN DISSEL
Nee zeker. Ik denk dat wat we in verpleeghuizen zien, in tegenstelling tot de situatie daar buiten, is gewoon dat er nog steeds te veel nieuwe gevallen bij komen, daar is gewoon nog geen afvlakking van de curve die we wel buiten verpleeghuizen zien. En dat betekent dat je toch hele grote risico’s lopen, zoals aangegeven, als we dat nu ook al verder openzetten. Dat moet eerst beter onder controle komen.

VRAAG
Dat geldt dus ook voor grootouders in de leeftijd van laten we zeggen 55, 60, 65.

RUTTE
Ja, zou ik even moeten nakijken, maar volgens mij is het advies daar heel specifiek over. Dus niet dat je grootouder bent, volgens mij is de leeftijd daar bepalend, maar dat zouden we even moeten nakijken.

VRAAG
Maar dan is eigenlijk dus ook de boodschap dat voor grootouders geldt dat zij misschien wel tot er een vaccin is hun kleinkinderen niet...

RUTTE
We kijken steeds 2, 3 weken vooruit. Meer hebben niet. We varen op zicht. Er is geen route, er is geen TomTom waarin staat waar de volgende straat precies is. We varen op zicht. Dat doen we als samenleving. Jaap en ik, Jaap van Dissel en ik en Hugo de Jonge, zullen steeds, en Martin van Rijn, met jullie delen wat we weten, wat we niet weten, wat denken dat verstandig is als land te doen op basis van wat we wel weten, maar dit is vooruitkijken wat we niet kunnen. Dat weten we niet.

VAN LEEUWEN (BNR)
Ja even naar aanleiding van de opmerking van mevrouw Merkel, namens BNR, die zei eerder, dus als die besmettingsgraad, reproductiegraad boven de 1 komt, dan aarzelen wij niet om die maatregelen weer terug te draaien.

RUTTE
Wij ook.

VAN LEEUWEN
Dus dan kunnen de scholen gewoon weer dicht.

RUTTE
Ja, maar ook andere dingen. Jongens, uiteindelijk, het is heel ingewikkeld maar ook weer simpel. Het is een virus onder ons dat kan overspringen op een ander. Als je anderhalve meter afstand houdt is de kans heel klein en dat kan ontzettend ellendige gevolgen hebben. Sommige mensen worden licht zien, maar er zijn, kijk naar de ic’s, de hele bezetting is normaal 1150, nu liggen er 1000, 1100 mensen, en op de piek nog 250 meer met alleen al deze ziekte. Dus dat betekent dat we steeds kijken: hoe ontwikkelt het zich in die zorg, in het inzicht in het virus, de ouderen? Dus die drie ankers die ik noemde. Maar zou het zo zijn dat dingen ineens verslechteren, en daarom doen we het ook zo voorzichtig. Je doet liever nu voorzichtig dat je niet spijt hebt, maar het zou natuurlijk altijd kunnen zijn dat een maatregel die wij nu nemen of niet hebben genomen, leidt tot meer verspreiding. Dat denken we niet. We doen het zo voorzichtig mogelijk. Maar ook het gedrag van de samenleving als geheel. Onze zelfbeheersing om zoveel mogelijk thuis te blijven, zoveel mogelijk thuis te werken en niet naar de winkel gaan om een uitje te maken, maar in je eentje te doen. Daar ook afstand houden. Al die zaken, naar mate we ons daar beter aan houden, is die verspreiding waarschijnlijk onder die 1, maar doen we dat minder goed, dan gaat die boven de 1. Dat hebben we met zijn allen in de hand. Dat is niet Mark Rutte die dat virus bij de grens tegenhoudt en dat virus pakt ook niet een rugzakje en loopt boos weg. ‘Oh, ze motten ons hier niet’. Het virus heeft geen emotie. Dat springt gewoon over op andere mensen als je je niet aan die anderhalve meter houdt, zo simpel is het.

VRAAG
Hoe zit het nou met die app? Is het nou een harde eis of niet?

RUTTE
Het OMT is daar duidelijk over. Dat heeft tegen ons gezegd: wil je dat bron- en contactonderzoek goed kunnen doen, dan is dit hulpmiddel wel heel erg belangrijk, want het gaat natuurlijk om grote schaal. Je wilt echt, je wilt een aantal dingen: je wilt testcapaciteit verder vergroten, dat is natuurlijk ontzettend belangrijk, daar wordt heel hard aan gewerkt. Die is nu op een niveau dat we ook de leraren nu in hetzelfde systeem kunnen brengen als het zorgpersoneel. Maar daarnaast wil je ook echt als iemand het krijgt zo goed mogelijk inzicht hebben van: wie heeft dit, nou niet zozeer, wie heeft u de laatste tijd gezien en kan het ook hebben? En daarom is de app wel heel belangrijk, want die GGD kan niet meer, ja misschien in Groningen nog, waar weinig besmettingen zijn, maar in Zuid-Holland of Limburg of Brabant, is dat echt niet mogelijk.

VRAAG
Want we kijken naar de week voor 20 mei, dan weten we dus of al die bedrijven wel open kunnen, en als we dan nog geen app hebben, is dat een probleem?

RUTTE
Nee, dat is, het is niet zo zonder die app, dat dan die bedrijven, nee, zo werkt het niet. En heel veel bedrijven zijn open in Nederland. De meeste bedrijven zijn open. Wie zijn er gesloten? Dat zijn de contactberoepen. En dat zijn dat de cafés en restaurants en de bioscopen en nog een paar sectoren. Sportscholen, sauna’s, de seksindustrie. Dat is allemaal dicht. Maar heel veel bedrijven zijn natuurlijk op dit moment wel geopend, maar dan geldt nog steeds: anderhalve meter, werk zo veel mogelijk thuis, blijf überhaupt zo veel mogelijk thuis.

ALGEMEEN DAGBLAD
Er sneuvelen op dit moment horecabedrijven die nog geen perspectief hebben om open te gaan. Wat kunt u tegen bedrijven zeggen, horecabedrijven, die de anderhalve meter economie op orde hebben. Kunt u ze enig perspectief bieden?

RUTTE
Het helpt dat zij hun eigen zaakje voor elkaar hebben, dus dat ze hebben nagedacht: stel dat het kan, hoe gaan wij dat dan in onze sector handhaven? Of dat nou de bioscoop is, of een terras, of een horecabedrijf, dat helpt, maar het misverstand wat ik wil wegnemen is dat omdat een sector zelf heeft nagedacht: hoe handhaven we de anderhalve meter, dat dat dan betekent dat die sector open kan. Want er spelen twee andere zaken dan eerst. Namelijk: hoe zit het met die druk op de gezondheidszorg? Hoeveel risico kun je nemen dat doordat er dan toch meer verkeer op straat komt, mogelijk dat virus zich sneller verspreidt met het risico ook weer pieken in de ziekenhuizen, kwetsbare ouderen? Dat heeft dus te maken met dat zicht op de verspreiding van het virus. Die drie ankers. Het tweede is: je hebt ook te maken überhaupt met hoeveel ruimte is er op straat? Hoe organiseren we in de steden ook de verdeling van die ruimte? Dus dat zijn ook rand voorwaardelijke zaken. Maar je kunt niet zeggen omdat een horecabedrijf anderhalvemeterprotocol heeft kan het open. We gaan ook dat protocol niet goedkeuren of afkeuren. Wij zeggen: als het open zou kunnen, je moet je aan deze en deze hygiënische en anderhalvemetervoorwaarde houden. Dan helpt hen zo’n protocol om dat ook in te vullen.

VRAAG
Andere is: in het OMT advies stond dat de tandartspraktijken weer open zouden kunnen. U heeft daar niets over gezegd.

RUTTE
Nee, maar dat is al zo. Die zijn zelf dicht gegaan, die mochten openblijven. Die hebben zichzelf gesloten. Dus tandartsen, mondhygiënisten die konden al open.

NIJS (HART VAN NEDERLAND)

In de brief van het OMT stond ook in het advies dat thuiswonende zeventigplus nu wel regelmatig één of twee mensen mogen ontvangen. Is dat advies ook overgenomen?

RUTTE
Ja, ja. En dat betekent dus, ik heb niet alles genoemd, ik was al een kwartier aan het woord. Maar in de brief die vanavond naar de Kamer gaat staat dat, ja.

NIJS
Oké. En nog een andere vraag: dus het blijft nog steeds gehandhaafd dat als je vanaf nu met meer dan drie man de straat op gaat dat je op de bon kan worden geslingerd?

RUTTE
Nee, alleen als je anderhalve meter afstand niet houdt. Je mag met meer dan twee mensen op straat. Ik adviseer het niet. Want het risico dat je de anderhalve meter dan moeilijker kan handhaven, tenzij je een gezin bent uit één huis dan hoeft dat niet maar voor laten we zeggen vrienden die niet bij elkaar wonen, dan moet je dus die anderhalve meter handhaven. Onderling en vanaf drie personen kan dat ook worden gehandhaafd met boetes.

NIJS
En dat is dus tot 20 mei? U gaf zelf al aan dat het drukker wordt op straat en ook in parken zagen we afgelopen die... Wordt daar dan ook strenger op gehandhaafd de komende periode?

RUTTE
Er wordt al strenger op gehandhaafd...

NIJS
En er wordt niet, er wordt niet aangescherpt?

RUTTE
Nou, dat hoeft volgens mij niet. Dat is goed gaande. En je zeg ook dit weekend dat op allerlei plekken maatregelen werden genomen. Zoals het Zuiderpark in Den Haag, bij de grens bij Roermond als er dingen niet goed gaan.

VRAAG
Een vraag over de testcapaciteit. Die wordt niet helemaal benut momenteel. U zei net dat onderwijspersoneel (onverstaanbaar, red.) bij klachten kan laten testen.

RUTTE
Ja.

VRAAG
Geldt dat ook voor politie, agenten en boa’s?

RUTTE
Nog niet. We hebben het nu zo ver dat dus het zorgpersoneel, dat leraren net zo behandeld gaan worden als zorgpersoneel. En we kijken naar de testcapaciteit welke groepen je daar na ook weer kunt bijschakelen. Op dit moment is daar nog geen besluit over.

VRAAG
De GGD zei vanmorgen in een briefing in de Kamer dat de capaciteit er op zich voor beschikbaar is om dat te doen? Waarom gebeurt dat niet?

RUTTE
Oh, dat heb ik niet gehoord. Ik kan u alleen melden dat op dat moment er geen besluit over is. Dus dan ga ik dat nog even kijken of we daar misschien wel sneller een besluit over kunnen nemen. Maar tot nu toe wat ik weet is: eerst was het punt, het zorgpersoneel in de ziekenhuizen kon worden getest. Nu kan ook worden getest het zorgpersoneel wat cliëntcontact heeft in bijvoorbeeld verzorgingshuizen. Ook bewoners van verpleeghuizen die verkoudheidsklachten hebben kunnen worden getest. Want u weet: het heeft alleen zin als je die klachten hebt. Anders heeft het geen nut. Dan krijg je allemaal valse negatieven. Dus je wilt het doen als er klachten zijn. En inmiddels is die testcapaciteit nu zo groot – want daar is heel hard aan gewerkt – dat je nu die lagere scholen weer opengaan. Die basisscholen, het primair onderwijs, dat er ook ruimte komt voor die leraren als ze klachten om te testen. En ik zal het even  voor u uitzoeken of het nu al zo ruim is dat we ook kunnen besluiten of we nog verder verruimen. Dat is niet mijn informatie.

VRAAG
Wat is nou het advies voor de zomervakantie?

RUTTE
Daar is geen advies over. Ik ga geen vakanties verder boeken. Ik had een paar dingetjes geboekt staan. Maar goed, de kans is natuurlijk aanwezig dat dit niet doorgaat. Ik ga zelf in ieder geval geen andere dingen boeken. Maar iedereen moet het voor zichzelf bepalen. Wij kunnen niet verder vooruitkijken dan de drie weken. Tot 20 mei.

VRAAG
Maar ziet u het voor zich dat mensen naar Italië gaan of misschien naar een Waddeneiland?

RUTTE
Ja, wat ik allemaal voor me zie is niet zo interessant. Want we varen op zicht. En dat zicht is drie weken. En verder weten we het niet. Dus dat is echt het risico dat mensen zelf nemen. Ik zelf was niet van plan om buiten een paar kleine dingen die ik  al gepland had nog meer te gaan plannen. Want dan ben ik misschien nog meer geld kwijt.

Publicaties